‘Ik zou willen dat iedereen eens een nachtje in de opvang slaapt’

Als teamleider van de nachtopvang maakt Roxanne Dixon het leven van mensen zonder huis of thuis van dichtbij mee. Dat voorbijgangers vooral in stereotypes denken als ze het hebben over dakloze mensen, kan haar soms wel boos maken.

Door Vera Boonman

“In gesprekken met mensen zie ik vooral de eenzijdige beeldvorming rondom dakloosheid terug”, vertelt Dixon. Ze werkt inmiddels ruim zes jaar bij de Stichting Onder Een Dak en een jaar als teamleider binnen de daklozenopvang De Elementen in Vlaardingen. Hier ziet ze iedereen voorbij komen. “Mensen stellen dan soms ook wel vragen aan me: ‘Is nou echt iedereen verslaafd?’ Ze zijn heel verbaasd als ik zeg dat het met 70 procent van de mensen die hun traject bij de opvang afronden hartstikke goed gaat.”

Dixon vindt het leuk om te vertellen wat haar cliënten allemaal meegemaakt hebben – “hoe bijzonder hun verhaal is en hoe veerkrachtig ze zijn” – maar ze kan boos worden van de stereotypes die heersen bij sommige mensen en met name wanneer het mensen zijn die mede het beleid bepalen. “Mensen bij de gemeente of anderen die het beleid bepalen, die moeten weten waar ze het over hebben. Van de stigma’s o.a. in deze groepen kan ik heel verdrietig worden en dan heb ik de neiging om daar tegenin te gaan.”

Lees hieronder hoe Dixon persoonlijke verschillen die ze in haar opvang tackelt.

Beeld: Roxanne Dixon

Waardigheid

Dixon ziet grote verschillen bij de dakloze mensen waar ze mee werkt. “Het is een breed spectrum. Soms zijn het mensen die schulden hebben, soms ook mensen die last hebben van psychische problemen of van een verslaving en sommige mensen hebben op alle gebieden in het leven hulp nodig.” Ze ziet dat niet iedereen van dakloosheid meteen naar zelfstandig wonen kan doorstromen. “Maar ook al is iemand na de opvang nog niet op de plek waar hij eigenlijk zou willen zijn, hij gaat wel richting herstel en zo zelfstandig mogelijk leven. De hulp die hij dan gekregen heeft in de opvang, is dan wat mij betreft goed terecht gekomen.”

 

“Die stigma’s zijn eigenlijk een soort onwetendheid. Pas als je met iemand in contact komt, gaat dat weg.”

 

Mensen die te maken krijgen met dakloosheid, merken volgens Dixon zelf ook dat er op een bepaalde manier naar hen gekeken wordt. “Bij allerlei verschillende instanties moeten zij telkens bewijzen dat zij hulp horen te krijgen. En ze zijn gewend dat mensen ze niet geloven.” Om in de opvang te komen moet iemand zonder huis bewijzen dat hij problemen heeft, om een daklozenuitkering te krijgen wil de gemeente zeker weten dat deze persoon geen geld van anderen krijgt. Ook al is het iemand die je met een 10tje in de week toch je probeert te helpen. Dixon zegt dat de mensen die zij helpt vaak wantrouwen hebben meegemaakt. Zowel persoonlijk als door hoe ze worden behandeld bij instanties “En op een gegeven moment vullen ze dat ook zelf in en wordt het onderdeel van hun zelfbeeld. Ze denken soms: oh, ik ben dakloos, dus ik ben niet belangrijk. Zulke ervaringen helpen hen niet.”

Voorkom de problematiek

Om de stigma’s weg te halen, zoekt Dixon juist de kracht van de mensen die zij kent uit de opvang. “Bij een seniorendagbesteding zochten ze bijvoorbeeld nieuwe vrijwilligers. Ik heb daar een vrouw aan gekoppeld die ook in de opvang woont. Maar vooraf was dit best even spannend voor de andere vrijwilligers. Zij dachten ook aan de stigma’s die zij kennen. Maar nu doet die dame dat vrijwilligerswerk en het gaat ongelooflijk goed. Ze wordt veel ingezet en ze zijn hartstikke blij met haar. Die stigma’s zijn eigenlijk een soort onwetendheid. Pas als je met iemand in contact komt, gaat dat weg.”

Het liefst zou Dixon daarom iedereen in contact brengen met mensen uit de daklozenopvang. Daarnaast hoopte ze dat in de toekomst mensen makkelijker toegang krijgen tot hulp en de opvang. “Je moet nu echt lager aan wal zitten voordat je de opvang in kan, terwijl ik veel meer in preventie van dit soort problematiek geloof. Dan kun je veel voorkomen.”

In de schoenen

In het nieuwe jaar begint er een fotoproject in samenwerking met Dixon, de opvang, het Beelddepot, tekstschrijver Marleen Bos en fotograaf Rob van Herwaarden. Het verhaal van Patrick van der Jagt was hierbij een inspriratiebron. Hij werd bekend door het televisieprogramma het Rotterdam Project, waarbij presentator Beau van Erven Dorens vijf dakloze mensen volgt en ondersteunt om hun leven weer op te pakken. Door dat programma kreeg ook Van der Jagt zijn leven weer op de rails.

 

“Het leven is niet zwart-wit en er zijn zoveel manieren waarop mensen hun huis zijn kwijtgeraakt.”

 

Dixon: “We willen dat mensen uit de opvang op pad gaan met Patrick van der Jagt met zijn fototour door Rotterdam. Ze krijgen een eigen fotocamera en mogen zelf in beeld brengen wat ze zien en wat hun ontroert, deze foto’s zullen ook geëxposeerd worden. En we gaan ook de deelnemers fotograferen, samen met hun passie en of werk waar zij hun kracht uit halen.”

Om de stigma’s te verbeteren zou ze het liefst willen dat iedereen eens een nachtje komt slapen in de nachtopvang. “Dat mensen eens ervaren hoe het is om in hun schoenen te staan. Het leven is niet zwart-wit en er zijn zoveel manieren waarop mensen hun huis zijn kwijtgeraakt. Nu is het een ver-van-mijn-bedshow, alsof niet iedereen dit kan overkomen. Dat is niet zo. Juist herkennen mensen zich vaak in de mensen uit de nachtopvang, maar zij hadden dan net een beter netwerk, een grotere spaarrekening of ze maakten een andere keuze. Het zou fijn zijn als mensen daar meer open voor staan.”

Het Beelddepot, onderdeel van het Bouwdepot, ontwikkelt een beeldbank samen met persfotografen, illustratoren, en ervaringsdeskundigen. Deze beeldbank zal gevuld worden met realistische foto’s van het leven van dak- en thuisloze mensen. Ook gaan we in gesprek met mediamakers en journalisten en fotografen in opleiding om hun rol in beeldvorming te bespreken en samen toe te werken naar een betere representatie.