Het Hoe, Waar, Waarom van Nederlandse dak- en thuisloosheid

Wat is er allemaal bekend over de situatie van dak- en thuisloze mensen in Nederland? En wat moet je echt weten als je er meer over wilt ontdekken? Hieronder vind je overzicht van de belangrijkste statistieken, termen en geopperde oplossingen voor dak- en thuisloosheid. 

 

Als er te weinig woningen zijn, gaat het nooit lukken om dakloosheid helemaal op te lossen.

Lia van Doorn

Lector Innovatieve Maatschappelijke Dienstverlening

De traditionele dakloze bestaat niet meer, stellen onderzoekers al jaren. In jaren negentig was het nog een homogene groep van autochtone mannen met zorggerelateerde problemen als verslaving of psychiatrische ziektebeelden, maar gaandeweg is het profiel van dakloze mensen veranderd. Daar moet oog voor zijn in berichtgeving en gesprekken over dit onderwerp.

Het Beelddepot doet onderzoek naar de stigma’s rond (jongeren)dakloosheid hangen. We onderzoeken de dominante begrippen in de media, en de verandering die te zien is sinds de jaren negentig.

Om dit te kunnen inzien, is inzicht in dak- en thuisloosheid van essentieel belang. We brengen jouw kennis graag op peil rond de volgende thema’s:

Wie en hoeveel mensen zijn er dakloos in Nederland?

Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) telt Nederland, volgens de meest recente definitieve cijfers, op 1 januari 2020 naar schatting ruim 36 duizend dakloze mensen. Dit betekent dat van elke 10.000 Nederlanders er 34 op die dag dakloos zijn. Volgens het CBS-onderzoek is ruim acht op de tien daklozen een man (84%). Opvallend: onder de daklozen in de jongste leeftijdsgroep van 18 tot 27 jaar (ongeveer 8,5 duizend mensen) zijn er gemiddeld meer vrouwen te vinden: 26 procent, tegen 16 procent van alle daklozen. 

In deze leeftijdsklasse (18 tot 27 jaar) zijn er ook meer dakloze mensen met een niet-westerse achtergrond, zo’n 58 procent. Dit is hoger onder 18- tot 27-jarigen dan bij de totale groep daklozen, waar 50 procent een niet-westerse achtergrond heeft. Plat gezegd is de gemiddelde dakloze persoon in Nederland dus een man met een niet-westerse achtergrond, terwijl het stereotiepe beeld is gebouwd rond het beeld van een witte man van middelbare leeftijd.

 

Wat houden termen als dakloosheid en thuisloosheid in?

Het CBS maakt onderscheid tussen feitelijke en residentieel daklozen. Feitelijk dakloze mensen leven minstens vier weken achter elkaar op straat, of bij vrienden of kennissen en hebben geen garantie dat ze een slaapplek voor de komende nacht. Mensen die feitelijk dakloos hebben geen eigen woonruimte en daar ook geen uitzicht op. Volgens het CBS zijn residentieel daklozen ingeschreven bij instellingen voor maatschappelijke opvang, zoals een nachtopvang of sociale pensions.

Thuisloosheid wordt gekenmerkt door het gebrek aan een vaste verblijfplaats. Je wordt gezien als thuisloos als je steeds wisselt van onderdak of woonplaats. Thuisloze mensen hebben vaak onderdak in sociale pensions (een woonvorm met 24-uurs-toezicht, waarbij bewoners worden ondersteund en begeleid in hun dagelijks wonen en leven) of vormen van beschermd of begeleid wonen.

Lees in dit interview met architect en maatschappelijk ondernemer Frank Köster waarom de manier waarop we dak- en thuisloosheid zien zo belangrijk is.

Wat doet Het Beelddepot om dit in kaart te brengen? Studenten Journalistiek Nick en Berke vroegen het ons onderzoeksteam en maakten onderstaande video. Lees hieronder meer over belangrijke termen over dak- en thuisloosheid.

Welke belangrijke termen zijn er?

Zwerfjongeren: in sommige onderzoeken worden dak- en thuisloze jongeren ‘zwerfjongeren’ genoemd. De meeste van hen wonen niet letterlijk op straat, maar ‘zwerven’ tussen slaapplaatsen bij instanties als de crisisopvang en banken bij vrienden of bekenden. Dit laatste heet bankhoppen. 

Participatiewet: Sinds 1 januari 2015 is de Participatiewet van kracht. In essentie moest de Participatiewet zorgen dat meer mensen, met en zonder beperking, werk zouden vinden bij een gewone werkgever. In de praktijk raakt de Participatiewet volgens de kritische Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) veel bijstandsgerechtigden. In de wet zijn allerlei hindernissen opgeworpen voor mensen die tijdelijk of gedeeltelijk aan het werk gaan. Ze raken toeslagen kwijt, het feit dat ze werken wordt verrekend met hun uitkering. “Sommige mensen houden minder over wanneer ze gaan werken dan wanneer ze in de bijstand waren gebleven. Dat is de omgekeerde wereld,” stelde Peter Heijkoop, wethouder van Dordrecht en woordvoerder namens de VNG, afgelopen jaar in de Volkskrant

Kostendelersnorm: Door de zogeheten kostendelersnorm binnen de Participatiewet kunnen mensen met een bijstandsuitkering op die uitkering gekort worden wanneer ze een woning delen met meerdere volwassen personen. Ouders met een uitkering kunnen worden gekort op deze uitkering, wanneer hun kinderen 18 jaar worden. Hierdoor komt het bijvoorbeeld voor dat ouders druk uitoefenen op hun kinderen om het ouderlijk huis te verlaten.

Meervoudige problemen: dak- en thuisloze mensen hebben naast het gebrek aan woonruimte vaak andere problemen. Dit worden meervoudige problemen genoemd. Zo hebben dak- en thuislozen soms te maken met psychische problemen, schulden of verslavingsproblemen.

De manier waarop we dak- en thuisloze mensen omschrijven is erg belangrijk, blijkt uit onderzoek van Het Beelddepot.

Waarom zijn mensen dakloos?

Een van de hoofdoorzaken voor dakloosheid in Nederland heeft te maken met geldproblemen. Volgens het CBS is het aantal dakloze mensen de laatste jaren toegenomen, evenals het aantal mensen dat met langdurige economische problemen te maken krijgt. Voor mensen met schulden is het ook moeilijker een huis te kunnen betalen doordat de kosten van huisvesting steeds groter worden. Ook kunnen psychiatrische problemen leiden tot dakloosheid. 

Bij jongeren is in veel gevallen de thuissituatie onhoudbaar door spanningen met ouders, of door angst voor inkomensverlies door de kostendelersnorm. Ook zijn er volgens de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving andere factoren die kunnen leiden tot dakloosheid, bijvoorbeeld een slechte gezondheid of het niet meer kunnen krijgen van onderdak na verblijf in een instelling. 

Er zijn talloze plannen om dakloosheid aan te pakken en niemand meer op straat te laten slapen. Rond de millenniumwisseling al stelt de toenmalige Amsterdamse wethouder Guusje ter Horst dat voor 31 december 2000 geen enkele dakloze meer tegen zijn wil buiten hoeft te slapen.  Dat ambitieuze doel is nooit behaald. 

In 2021 komen de ambitieuze plannen uit Brussel.  Als het aan EU-lidstaten ligt, slaapt niemand meer op straat in 2030. De EU-deal heeft het doel om eerst mensen een huis geven, en dan de andere problemen oplossen. Dit plan sluit aan bij het Actieprogramma waar Paul Blokhuis in 2019 het startschot voor gaf, een programma waarin ingezet werd op het helpen van dak- en thuisloze jongeren naar een zo zelfstandig mogelijk bestaan met een eigen thuis. 

We ontwikkelen een beeldbank samen met persfotografen , illustratoren, en ervaringsdeskundigen Deze zal gevuld worden met realistische foto’s van het leven van dak- en thuisloze mensen. Ook gaan we in gesprek met mediamakers en journalisten en fotografen in opleiding om hun rol in beeldvorming te bespreken en samen toe te werken naar een betere representatie. Wil je doorpraten over het realistischer in beeld van jongerendakloosheid? Het Beelddepot verkent graag met je en jouw organisatie de opties!

Het Beelddepot, onderdeel van het Bouwdepot, doet op dit moment onderzoek naar stigma’s rond dakloosheid in journalistieke media in Nederland.