Wat als we allemaal in actie zouden komen voor dakloze mensen: ‘Weg met het stereotype!’

Verschil willen maken, dat drijft Willem van Sermondt, projectadviseur van Kansfonds. Hij is nauw betrokken bij een club actieonderzoekers en hun zoektocht naar verandering van het systeem waarin Nederlandse dak- en thuisloze jongeren verstrikt raken. En daarin is ook een rol voor media- en beeldmakers weggelegd.

Door Jessy de Cooker

Lang kijkt Willem van Sermondt naar de foto die hij via het videobelprogramma Google Meets deelt. Het is een campagnefoto voor Kansfonds, waarin een man op leeftijd met een geruite muts en vingerloze handschoenen lacht met een jongen in een rood trainingspak. Zijn witte baard steekt af tegen het zwarte bankje waarop het duo zit. “We proberen mensen in hun kracht te zetten en ze positief in beeld te brengen. We zullen nooit een blik bier of mensonwaardige foto’s met capuchons maken. Maar tegelijkertijd willen we het probleem duidelijk in beeld brengen,” zegt Van Sermondt. “We zijn zelf nog zoekende. Deze foto draagt in mijn ogen veel menselijke waardigheid met zich mee, maar het verheerlijkt ook een Swiebertjegevoel. Het is daarmee geen realistisch beeld van wat dakloosheid is.”

actie

Van Sermondt praat over labels die op dakloze mensen worden geplakt en het Kansfonds-programma Alle jongeren een thuis, waarin jongeren ondersteund worden bij het realiseren van een thuis en wordt ingezet op actieonderzoek. “Al doende leren we hoe het aantal dak- en thuisloze jongeren terug te dringen.”

Kansfonds en de Participatiewet

Vorige maand riep de Vereniging Nederlandse Gemeenten op tot een fundamentele herziening van de Participatiewet. Aangezien de wet op dit moment te veel uitgaat van wantrouwen en een verkeerd mensbeeld. Begin dit jaar stuurde staatssecretaris van sociale zaken en werkgelegenheid Bas van ’t Wout al een brief om aandacht te vragen voor de hardheid rondom de wet.

Van Sermondt: “We zien dat de Participatiewet, bijstand en de verzorgingsstaat in Nederland opgezet is en gericht is op controle. Het draait om vragen als ‘waar heb ik recht op?’ en ‘Krijgt iemand iets waar die persoon geen recht op heeft?’ Dat is structureel beleid geweest. Het is goed dat er maatschappelijke verontwaardiging over de Participatiewet ontstaat en dat de staatssecretaris de problemen onderschrijft.”

Volgens Van Sermondt is de kostendelersnorm het perfecte voorbeeld waar de Participatiewet op menselijk vlak nadelig werkt. “De gedachte dat je kosten met elkaar deelt en voor elkaar zorgt als maatschappij moeten we stimuleren. Dat ouders van een thuiswonende jongere van 21 jaar met wat inkomen gekort worden op hun uitkering heeft te grote gevolgen. Er zijn heel veel jongeren die daardoor op straat terecht komen. Laten we kijken hoe we meer gemeenschap en meer vangnetten kunnen creëren met elkaar in plaats van het afstraffen van mensen. Die verandering onderstrepen wij als Kansfonds.”

 

Actie!

Het lukt Nederland vooralsnog niet om het aantal dak- en thuisloze jongeren terug te dringen. Van Sermondt: “De verzorgingsstaat is ingewikkeld georganiseerd. Het is niet zo simpel dat je op een knop kan drukken en je lost het probleem op.”

Dit jaar is Kansfonds samen met Instituut Publieke Waarden een zoektocht gestart naar hoe het beter kan. Hiervoor financiert het fonds verschillende projecten waaronder het Beelddepot. Van Sermondt: “Actieonderzoek heeft twee pijlers: actie en onderzoek. Hierbij werken de projecten die we steunen aan een van de mogelijke oplossingen om dak- en thuisloosheid bij jongeren tegen te gaan. Tegelijkertijd staan ze stil bij de keuzes die ze maken en veranderingen die ze brengen aan het systeem. De kennis wordt dus door actie gegenereerd. Soms is traditioneel onderzoek nodig om problemen vast te stellen. Dat is heel relevant, maar wij beogen een systeemverandering. De projecten die we steunen worden hopelijk de norm voor hulp aan dak- en thuisloze mensen in Nederland.”

Er is geen gouden regel wanneer actieonderzoek geslaagd is, stelt Van Sermondt. “Neem het project Kamers met Aandacht, waarin mensen woonruimte bieden aan jongeren, die uitstromen uit onder andere de jeugdzorg. We hebben geen strikte doelen  aan het project gesteld. Als ze tien, twintig of vijftig jongeren kunnen helpen is dat geweldig, maar het meest belangrijke is dat zo’n woonvorm de norm gaat worden en  ook zorgt dat de huidige noodopvang overbodig wordt. Uiteindelijk hopen we mee te werken aan een systeem waarin er meer gewerkt wordt vanuit vertrouwen, menselijkheid en het recht op wonen.”

Van ratio naar buikgevoel

Een groep (voormalig) dak- en thuisloze jongeren – onze Wijze Raad – heeft geholpen bij de selectieprocedure voor het programma. “We zijn een redelijk klassieke fondsenorganisatie, waarbij alles in nette procedures en werkmethodes is geregeld, maar dat werd een stuk vloeibaarder in de samenwerking met de jongeren,” vertelt Van Sermondt.

“Ik ben zelf heel erg op de ratio gericht en zoek altijd naar een ‘logische’ argumentatie waarom het ene project geschikt is en het andere niet. Eigenlijk bedenken we dan kronkels om tot een keuze te komen. De jongeren stelden echt goede vragen in de procedure maar vonden het soms moeilijk keuzes beargumenteren met woorden. Ze gebruiken meer hun gevoel en hebben door hun ervaringen met thuisloosheid een antenne ontwikkeld wie ze kunnen vertrouwen of niet.”

Van zwerfjongere naar dak- en thuisloze jongeren

Ongeveer de helft van de aanvragen voor het programma die Kansfonds beoordeelde bevatte het woord ‘zwerfjongeren’, geeft Van Sermondt aan. Hij steekt de hand in eigen boezem: “Dat heeft, denk ik, heel erg te maken heeft met ons eerdere programma waarin we zelf het woord gebruikten. Jongeren vinden het geen fijn woord. Het roept associaties op met het beeld dat mensen van het woord ‘zwervers’ hebben. Geen van de jongeren noemt zichzelf een zwerfjongere.”

Kansfonds gebruikt nu termen als ‘dakloos’, ‘thuisloos’, en ‘dak- en thuisloze jongeren’. Van Sermondt: “Ze geven duidelijk aan dat er een huisvestingsprobleem is. Labels en beelden zijn enorm belangrijk. Ze maken een probleem inzichtelijk en laten urgentie zien. Tegelijkertijd heeft het gebruik ervan keerzijdes. Labels werken stigmatiserend en als je ze gebruikt stop je mensen in hokjes. Ieder mens is verschillend, iedere jongere is anders. Er is niet één oplossing die passend is voor de situatie van álle dak- en thuisloze jongeren. Toch kunnen we niet 12.000 verschillende labels maken. Je moet iets hebben dat duidelijk het probleem aanmerkt en ook iets dat de oplossing aanstipt.”

Belangrijk voor Van Sermondt is het menselijk aspect: “Je moet mensen niet reduceren tot een probleem. Het woord ‘daklozen’ bijvoorbeeld, dat zie je vaak terug in het kopgebruik en in artikelen waarin het gaat over ‘de daklozen’ of ‘daklozen in Nederland’. Daarmee reduceer je iemand tot zijn probleem. Ik zou er voorstander van zijn om waar het kan aan te geven dat het om de levens van jongeren en mensen gaat. Dus: heb het eens over ‘Willem zonder huis’ in plaats van ‘dakloze Willem.”

Willem van Sermondt

Willem van Sermondt: ‘Je moet mensen niet reduceren tot een probleem.’

Willem van Sermondt

Willem van Sermondt (1989) is projectadviseur van Kansfonds. Voordat hij zich aansluit bij Kansfonds is hij na zijn studie Politicologie actief bij Stichting Don Bosco Amsterdam.

“Het is bekend dat er mensen op straat slapen in Nairobi en dat mensen zeer slecht gehuisvest zijn in de sloppenwijken van Mumbai, maar dat er ook daar sprake is van dakloosheid wordt vaak vergeten. In mijn tijd bij Don Bosco heb ik een uitwisseling georganiseerd tussen dak- en thuisloze jongeren uit Amsterdam en Swaziland – tegenwoordig Eswatini.”

“Tijdens die trip zag je dat jongeren onderling veel herkenning voor elkaar hadden: van het niet mee kunnen doen in de samenleving tot de stigmatisering waar ze mee te maken hebben. De Nederlandse jongeren die in Amsterdam lang op straat hadden geleefd zagen in dat het in het toenmalige Swaziland lastiger is dan in Nederland om geen veilige en stabiele huisvesting te hebben.”

‘Weg met het stereotype!’

Het menselijke aspect blijft Kansfonds ook in eigen uitingen opzoeken. “Als je één afbeelding kiest, zoals de foto van de oude man op het bankje waarvan ik een Swiebertjegevoel kreeg, kan je nooit de werkelijkheid en alle verschillen volledig in beeld brengen. Dat is een zoektocht waar wij zelf ook in zitten, we zijn ook zelf aan het leren. Deze zomer gaan we een nieuwe fotoserie maken met onze nieuwe inzichten in het achterhoofd. Weg met het stereotype! 
Dit doen we samen met jongeren van onze Wijze Raad en inzichten uit de sessies van het Beelddepot.

Eind mei publiceerde dagblad Trouw een opiniestuk van het Beelddepot met de kop ‘Een foutje maakt je nog geen fraudeur of probleemgeval ‘. Lees hier meer.